Alleen vers gras motiveert de koe


Veel weideselectiepoorten sturen het koeverkeer tussen de robots en de verschillende weidepercelen
dinsdag, 15 maart, 2016

Robot en weidegang is in Nederland inmiddels een beproefd concept, maar tips en trucs vanuit andere landen zijn natuurlijk altijd interessant. Dus ging ik op zoek naar de ervaring van de enkele tientallen robotbedrijven die Nieuw-Zeeland telt.

De bedrijven die hier met robots melken, zijn voor ons interessant omdat ze het doen met heel veel gras. Hoewel het aantal bedrijven beperkt is, de koppels veel groter zijn en de melkproductie veel lager is, blijken de basisregels voor robotmelken en weidegang grofweg hetzelfde.

Weiden volgens A-, B- en C-systeem

Maximaal vers gras is hier de basis. Soms zelfs alleen weidegras, geen ruwvoerbijvoeding en heel weinig krachtvoer. De koe komt dan echt alleen naar de melkstal als ze weet dat er weer een nieuw smakelijk perceel gras bij komt. Bij een van de bedrijven zag je dat de koeien op het half uur weten wanneer ze tot het volgende perceel toegang krijgen (bekijk hier een filmpje van de wachtende koeien).

Door een A-, B- en C-systeem van drie blokken waar steeds de draad verzet moet worden, komen de koeien regelmatig zelf naar de stal om toegang te krijgen tot het nieuwe blok. Alleen willen veehouders hier in Nieuw-Zeeland niet toegeven op het voldoende kort afvreten van het gras omdat er nauwelijks kuilvoer wordt gemaakt. Een kwestie van goed uitmeten hoeveel vierkante meter ze iedere acht uur voor de koeien nodig hebben. De achterblijvers worden gemiddeld pas na zes tot acht uur opgehaald, waardoor ze de koeien zo veel mogelijk zelf de kans geven dus.

Een plattegrond van weiden volgens een A-, B- en C-systeem
Een plattegrond van weiden volgens een A-, B- en C-systeem

Maximaal 1000 meter lopen

Voor het succesvol slagen van robot en weidegang is ook hier een goede indeling van groot belang. Dat betekent het bedrijf in het midden van de kavel waarbij koeien niet meer dan 1000 meter enkele reis hoeven te lopen (in het ergste geval zou dat drie keer 1000 meter heen en weer zijn, 6 kilometer in totaal dus). Ook is het van belang om de blokken zo in te delen dat de koeien elkaar niet meer kunnen zien, dus niet de oude en nieuwe percelen naast elkaar.

Eventueel is er te werken met een D-blok of kan de stal als D-optie gemaakt worden, zodat apart voeren van bijvoorbeeld kort afgekalfde koeien mogelijk is. Er ontstaan dan vier perioden van elk zes uur voor deze koeien.

Zeventig tot negentig koeien per robot

De lay-out op veel Nieuw-Zeelandse bedrijven is door het ontbreken van een echte stal vaak anders (zie kaartje). Vier tot zes robots kwam het meest voor, vaak met zeventig tot negentig koeien per robot en 1,9 tot 2,1 melkingen per koe per dag. Op alle bedrijven is er een soort ‘wachtruimte’ gemaakt voor dertig tot veertig koeien achter de robots. Eén bedrijf had een soort ‘rondweg’ rond de 6 robots (met robots in taartpuntopstelling) om de koeien in beweging te houden als er te veel wachttijden waren. Een mooie en goede vondst in dit systeem. Daar kunnen de koeien vaak via de buitenkant komen, via het midden gemolken worden en dan weer worden uitgeselecteerd naar een van de percelen.

Zes robots in een taartpuntopstelling melken 460 koeien
Zes robots in een taartpuntopstelling melken 460 koeien

Twee tot drie jaar wennen

Rond de robots zijn vaak drie tot vier weideselectiepoorten om alle koeverkeer goed te laten lopen (bekijk hier een filmpje van het koeverkeer). Een gouden regel daarbij is om niets aan de instellingen te veranderen, omdat koeien anders ‘de weg kwijt raken’. En ook hier de les dat dieren twee tot drie jaar moeten wennen om goed ‘ingeregeld’ te raken. Het is dus belangrijk om consequent te werken en te blijven werken. Vaarzen doen de meeste veehouders hier liefst vijf weken vooraf bij de koeien om ze te leren omgaan met het systeem.

Koeien ‘loslaten’

Het aantal robotbedrijven zal in Nieuw-Zeeland nog niet zo’n grote opgang maken verwacht men hier. De kennis en ervaring is ook nog beperkt, de meeste boeren zijn nog aan het pionieren zoals wij een jaar of tien terug in Nederland deden. Ook zijn de investeringskosten ten opzichte van andere systemen hoog, wat zeker bij een lage melkprijs als nu een extra barrière vormt. Maar diegenen die het nu doen, zijn waardevol, net als de voorlopers in Nederland. En ze helpen ons door aan te geven dat de sleutel voor robot en weidegang ligt in een goed en uitgekiend beweidingsplan en dagelijks scherp uitgevoerd graslandmanagement. En dan hoef je alleen nog de koe ‘los te laten’…


0 reacties

Veel weideselectiepoorten sturen het koeverkeer tussen de robots en de verschillende weidepercelen
dinsdag, 15 maart, 2016

Robot en weidegang is in Nederland inmiddels een beproefd concept, maar tips en trucs vanuit andere landen zijn natuurlijk altijd interessant. Dus ging ik op zoek naar de ervaring van de enkele tientallen robotbedrijven die Nieuw-Zeeland telt.

De bedrijven die hier met robots melken, zijn voor ons interessant omdat ze het doen met heel veel gras. Hoewel het aantal bedrijven beperkt is, de koppels veel groter zijn en de melkproductie veel lager is, blijken de basisregels voor robotmelken en weidegang grofweg hetzelfde.

Weiden volgens A-, B- en C-systeem

Maximaal vers gras is hier de basis. Soms zelfs alleen weidegras, geen ruwvoerbijvoeding en heel weinig krachtvoer. De koe komt dan echt alleen naar de melkstal als ze weet dat er weer een nieuw smakelijk perceel gras bij komt. Bij een van de bedrijven zag je dat de koeien op het half uur weten wanneer ze tot het volgende perceel toegang krijgen (bekijk hier een filmpje van de wachtende koeien).

Door een A-, B- en C-systeem van drie blokken waar steeds de draad verzet moet worden, komen de koeien regelmatig zelf naar de stal om toegang te krijgen tot het nieuwe blok. Alleen willen veehouders hier in Nieuw-Zeeland niet toegeven op het voldoende kort afvreten van het gras omdat er nauwelijks kuilvoer wordt gemaakt. Een kwestie van goed uitmeten hoeveel vierkante meter ze iedere acht uur voor de koeien nodig hebben. De achterblijvers worden gemiddeld pas na zes tot acht uur opgehaald, waardoor ze de koeien zo veel mogelijk zelf de kans geven dus.

Een plattegrond van weiden volgens een A-, B- en C-systeem
Een plattegrond van weiden volgens een A-, B- en C-systeem

Maximaal 1000 meter lopen

Voor het succesvol slagen van robot en weidegang is ook hier een goede indeling van groot belang. Dat betekent het bedrijf in het midden van de kavel waarbij koeien niet meer dan 1000 meter enkele reis hoeven te lopen (in het ergste geval zou dat drie keer 1000 meter heen en weer zijn, 6 kilometer in totaal dus). Ook is het van belang om de blokken zo in te delen dat de koeien elkaar niet meer kunnen zien, dus niet de oude en nieuwe percelen naast elkaar.

Eventueel is er te werken met een D-blok of kan de stal als D-optie gemaakt worden, zodat apart voeren van bijvoorbeeld kort afgekalfde koeien mogelijk is. Er ontstaan dan vier perioden van elk zes uur voor deze koeien.

Zeventig tot negentig koeien per robot

De lay-out op veel Nieuw-Zeelandse bedrijven is door het ontbreken van een echte stal vaak anders (zie kaartje). Vier tot zes robots kwam het meest voor, vaak met zeventig tot negentig koeien per robot en 1,9 tot 2,1 melkingen per koe per dag. Op alle bedrijven is er een soort ‘wachtruimte’ gemaakt voor dertig tot veertig koeien achter de robots. Eén bedrijf had een soort ‘rondweg’ rond de 6 robots (met robots in taartpuntopstelling) om de koeien in beweging te houden als er te veel wachttijden waren. Een mooie en goede vondst in dit systeem. Daar kunnen de koeien vaak via de buitenkant komen, via het midden gemolken worden en dan weer worden uitgeselecteerd naar een van de percelen.

Zes robots in een taartpuntopstelling melken 460 koeien
Zes robots in een taartpuntopstelling melken 460 koeien

Twee tot drie jaar wennen

Rond de robots zijn vaak drie tot vier weideselectiepoorten om alle koeverkeer goed te laten lopen (bekijk hier een filmpje van het koeverkeer). Een gouden regel daarbij is om niets aan de instellingen te veranderen, omdat koeien anders ‘de weg kwijt raken’. En ook hier de les dat dieren twee tot drie jaar moeten wennen om goed ‘ingeregeld’ te raken. Het is dus belangrijk om consequent te werken en te blijven werken. Vaarzen doen de meeste veehouders hier liefst vijf weken vooraf bij de koeien om ze te leren omgaan met het systeem.

Koeien ‘loslaten’

Het aantal robotbedrijven zal in Nieuw-Zeeland nog niet zo’n grote opgang maken verwacht men hier. De kennis en ervaring is ook nog beperkt, de meeste boeren zijn nog aan het pionieren zoals wij een jaar of tien terug in Nederland deden. Ook zijn de investeringskosten ten opzichte van andere systemen hoog, wat zeker bij een lage melkprijs als nu een extra barrière vormt. Maar diegenen die het nu doen, zijn waardevol, net als de voorlopers in Nederland. En ze helpen ons door aan te geven dat de sleutel voor robot en weidegang ligt in een goed en uitgekiend beweidingsplan en dagelijks scherp uitgevoerd graslandmanagement. En dan hoef je alleen nog de koe ‘los te laten’…

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.