CRV investeert twee miljoen in meten voeropname


Verhogen van de voederconversie met tien procent bespaart een gemiddeld bedrijf 20.000 euro aan voerkosten
donderdag, 25 oktober, 2018

CRV gaat op nog eens negen praktijkbedrijven voerbakken plaatsen voor het meten van de individuele voeropname. Hiermee kan de organisatie jaarlijks van 1500 koeien de voederconversie bepalen en de betrouwbaarheid van de fokwaarde ‘besparing voerkosten voor onderhoud’ van InSire-stieren verhogen tot 65 procent.

Met de investeringen is een bedrag gemoeid van twee miljoen euro en hiermee wordt CRV de enige fokkerijorganisatie in de wereld die op grote schaal voeropname meet.

Naar 10.000 dieren

De voederconversie wordt berekend door de melkproductie in kilogrammen meetmelk te delen door de voeropname in kilogrammen droge stof. Sinds vorig jaar meet CRV de opname van individuele koeien op het bedrijf van de familie Alders in Overloon.

Daarnaast beschikt de fokkerijorganisatie over de data van zes proefbedrijven. Hierdoor zijn van 5600 koeien gegevens over de voederconversie bekend. ‘Door op nog eens negen bedrijven voerbakken te plaatsen willen we dit de komende jaren verhogen tot minstens 10.000’, vertelt Sander de Roos, manager van de afdeling productontwikkeling genetica bij CRV.

Twee cent kostenbesparing

‘Kosten die verbonden zijn aan de aankoop en productie van voer, bepalen voor zeker vijftig procent de kostprijs van melk. Nu produceren melkkoeien gemiddeld 1,45 kilo meetmelk uit een kilo droge stof voer. Als we dat met behulp van fokkerij met tien procent zouden kunnen verhogen, en dat is zeker mogelijk, levert dat een besparing op van twee cent per kilo melk’, schetst De Roos het economisch belang van voederconversie.

‘Voor een gemiddeld bedrijf is dat zomaar 20.000 euro per jaar’, rekent hij voor. Een hogere voederconversie betekent ook dat stikstof en fosfaat efficiënter worden benut en dat de CO2-voetafdruk van de melkproductie wordt verlaagd.

Ook stiermoeders

Een van de nieuwe meetlocaties is het Delta-testbedrijf van de familie Van Gastel in Nispen. Met het meten van voeropname krijgt CRV ook inzicht in de werkelijke voederconversie van moeders en familieleden van InSire-stieren.

Een achtergrondverhaal over het belang van voederconversie in het fokprogramma is te lezen in het tweede oktobernummer van Veeteelt, dat vandaag verschijnt.


0 reacties

Verhogen van de voederconversie met tien procent bespaart een gemiddeld bedrijf 20.000 euro aan voerkosten
donderdag, 25 oktober, 2018

CRV gaat op nog eens negen praktijkbedrijven voerbakken plaatsen voor het meten van de individuele voeropname. Hiermee kan de organisatie jaarlijks van 1500 koeien de voederconversie bepalen en de betrouwbaarheid van de fokwaarde ‘besparing voerkosten voor onderhoud’ van InSire-stieren verhogen tot 65 procent.

Met de investeringen is een bedrag gemoeid van twee miljoen euro en hiermee wordt CRV de enige fokkerijorganisatie in de wereld die op grote schaal voeropname meet.

Naar 10.000 dieren

De voederconversie wordt berekend door de melkproductie in kilogrammen meetmelk te delen door de voeropname in kilogrammen droge stof. Sinds vorig jaar meet CRV de opname van individuele koeien op het bedrijf van de familie Alders in Overloon.

Daarnaast beschikt de fokkerijorganisatie over de data van zes proefbedrijven. Hierdoor zijn van 5600 koeien gegevens over de voederconversie bekend. ‘Door op nog eens negen bedrijven voerbakken te plaatsen willen we dit de komende jaren verhogen tot minstens 10.000’, vertelt Sander de Roos, manager van de afdeling productontwikkeling genetica bij CRV.

Twee cent kostenbesparing

‘Kosten die verbonden zijn aan de aankoop en productie van voer, bepalen voor zeker vijftig procent de kostprijs van melk. Nu produceren melkkoeien gemiddeld 1,45 kilo meetmelk uit een kilo droge stof voer. Als we dat met behulp van fokkerij met tien procent zouden kunnen verhogen, en dat is zeker mogelijk, levert dat een besparing op van twee cent per kilo melk’, schetst De Roos het economisch belang van voederconversie.

‘Voor een gemiddeld bedrijf is dat zomaar 20.000 euro per jaar’, rekent hij voor. Een hogere voederconversie betekent ook dat stikstof en fosfaat efficiënter worden benut en dat de CO2-voetafdruk van de melkproductie wordt verlaagd.

Ook stiermoeders

Een van de nieuwe meetlocaties is het Delta-testbedrijf van de familie Van Gastel in Nispen. Met het meten van voeropname krijgt CRV ook inzicht in de werkelijke voederconversie van moeders en familieleden van InSire-stieren.

Een achtergrondverhaal over het belang van voederconversie in het fokprogramma is te lezen in het tweede oktobernummer van Veeteelt, dat vandaag verschijnt.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.