Jaap Veldhuisen: ‘Beperken van inteelt heeft onze volle aandacht’


Jaap Veldhuisen: ‘Garanderen van voldoende bloedspreiding is een belangrijke verantwoordelijkheid voor een fokkerij-organisatie.’
dinsdag, 8 mei, 2018

Uit onderzoek van de leerstoelgroep fokkerij en genetica van Wageningen Universiteit is naar voren gekomen dat de toename van de inteeltgraad van de actieve zwartbonte KI-stieren tussen 2010 en 2015 is opgelopen tot gemiddeld 1,8 procent per generatie. Deze ontwikkeling valt samen met de introductie van genomic selection in het fokprogramma. Moeten veehouders zich zorgen maken? Veeteelt vroeg het aan Jaap Veldhuisen, hoofd Product Development Genetics bij CRV.

Moeten veehouders zich zorgen maken?

‘Nee. Uit eerder onderzoek is gebleken dat er in de praktijk nauwelijks sprake is van slechtere prestaties als gevolg van inteelt (inteeltdepressie). Niettemin heeft inteelt onze volle aandacht. We vinden het garanderen van voldoende bloedspreiding een belangrijke verantwoordelijkheid voor een fokkerij-organisatie. Met fokstieren als Delta Solero bij zwartbont en Hedra Allround bij roodbont hebben we bewust stieren met een outcross bloedvoering op de kaart gezet. Bij de jonge genomic stieren hebben we bijvoorbeeld Delta Lendor en Delta Lustrum beschikbaar. Wij zijn en blijven actief op zoek naar variatie in het fokprogramma. Daarnaast kunnen veehouders door gebruik van SAP en Stierwijzer paringen tussen verwante dieren voorkomen.’

Hebben de resultaten van dit onderzoek jullie verrast?

‘Erfelijke vooruitgang bereik je door te fokken met de genetisch beste dieren. Het is logisch dat het risico op inteelt toeneemt als door het gebruik van merkerfokwaarden de selectie scherper wordt. Dit betekent doorgaans dat de dieren met de hoogste genetische aanleg intensiever worden benut en deze dieren hebben vaak veel benutte stieren in de afstamming. Daarom geven we extra aandacht aan inteeltbeheersing. We kijken bijvoorbeeld naar de verwantschap bij de ingezette stieren. Dit is een maat voor de variatie aan bloedvoering in het fokprogramma. We zien daarin overigens geen zorgwekkende trend.’

Staat de techniek van genomic selection door de uitkomsten van dit onderzoek ter discussie?

‘Nee. Genomic selection blijft een prachtig hulpmiddel in de fokkerij. Door de toepassing van deze techniek is de genetische vooruitgang de afgelopen jaren verdubbeld. Dit betekent beter presterende koeien bij veehouders op stal, juist ook bij kenmerken waar je het eerst een effect van inteeltdepressie mag verwachten, zoals vruchtbaarheid. Zo is tussen 2008 en 2015 de tussenkalftijd door inteeltdepressie met 0,07 dagen toegenomen, maar door genetische vooruitgang met 6,7 dagen afgenomen. We zullen merkerfokwaarden dus blijven gebruiken, juist ook om interessante dieren met een andere bloedvoering te selecteren. Zo hebben we Delta Topgear, met een beperkte verwantschap, intensief als stiervader gebruikt en kunnen we daardoor een aantal zonen (Lustrum, Nobel, Jacobus en Frontline) beschikbaar stellen.’

Wat doet CRV om de toename van inteelt in het fokprogramma te beperken?

‘Bloedspreiding is in het fokprogramma een belangrijk aandachtspunt. We accepteren een wat lager genetisch niveau voor stieren en donoren met een beperkte verwantschap aan de Vlaams-Nederlandse koeienpopulatie. En de actuele stiervaderlijst is langer en gevarieerder dan ooit. We hebben aan deze lijst naast eigen outcross toppers bewust ook meer stieren uit Denemarken, Frankrijk en de Verenigde Staten toegevoegd.’

Zijn de uitkomsten van dit onderzoek aanleiding om aanpassingen te doen?

‘In samenwerking met Wageningse wetenschappers blijven we werken aan verbeteringen in ons fokprogramma. Zo zijn we gaan werken met een nieuwe methode om de verwantschapsgraad van dieren te berekenen. Tot voor kort keken we alleen naar afstamming, nu kijken we ook naar verwantschap op het niveau van de genen, de zogenaamde genomische verwantschap. De genomische verwantschap van dieren met dezelfde afstamming kan behoorlijk verschillend zijn. Door hier rekening mee te houden kunnen we inteelt nog beter bewaken. Op termijn gaan we ook werken met genomische verwantschap in de paringsprogramma’s SAP en StierWijzer. Het onderzoek draagt dus bij aan een betere beheersing van inteelt, zowel in het fokprogramma als in de praktijk.’

 

 


0 reacties

Jaap Veldhuisen: ‘Garanderen van voldoende bloedspreiding is een belangrijke verantwoordelijkheid voor een fokkerij-organisatie.’
dinsdag, 8 mei, 2018

Uit onderzoek van de leerstoelgroep fokkerij en genetica van Wageningen Universiteit is naar voren gekomen dat de toename van de inteeltgraad van de actieve zwartbonte KI-stieren tussen 2010 en 2015 is opgelopen tot gemiddeld 1,8 procent per generatie. Deze ontwikkeling valt samen met de introductie van genomic selection in het fokprogramma. Moeten veehouders zich zorgen maken? Veeteelt vroeg het aan Jaap Veldhuisen, hoofd Product Development Genetics bij CRV.

Moeten veehouders zich zorgen maken?

‘Nee. Uit eerder onderzoek is gebleken dat er in de praktijk nauwelijks sprake is van slechtere prestaties als gevolg van inteelt (inteeltdepressie). Niettemin heeft inteelt onze volle aandacht. We vinden het garanderen van voldoende bloedspreiding een belangrijke verantwoordelijkheid voor een fokkerij-organisatie. Met fokstieren als Delta Solero bij zwartbont en Hedra Allround bij roodbont hebben we bewust stieren met een outcross bloedvoering op de kaart gezet. Bij de jonge genomic stieren hebben we bijvoorbeeld Delta Lendor en Delta Lustrum beschikbaar. Wij zijn en blijven actief op zoek naar variatie in het fokprogramma. Daarnaast kunnen veehouders door gebruik van SAP en Stierwijzer paringen tussen verwante dieren voorkomen.’

Hebben de resultaten van dit onderzoek jullie verrast?

‘Erfelijke vooruitgang bereik je door te fokken met de genetisch beste dieren. Het is logisch dat het risico op inteelt toeneemt als door het gebruik van merkerfokwaarden de selectie scherper wordt. Dit betekent doorgaans dat de dieren met de hoogste genetische aanleg intensiever worden benut en deze dieren hebben vaak veel benutte stieren in de afstamming. Daarom geven we extra aandacht aan inteeltbeheersing. We kijken bijvoorbeeld naar de verwantschap bij de ingezette stieren. Dit is een maat voor de variatie aan bloedvoering in het fokprogramma. We zien daarin overigens geen zorgwekkende trend.’

Staat de techniek van genomic selection door de uitkomsten van dit onderzoek ter discussie?

‘Nee. Genomic selection blijft een prachtig hulpmiddel in de fokkerij. Door de toepassing van deze techniek is de genetische vooruitgang de afgelopen jaren verdubbeld. Dit betekent beter presterende koeien bij veehouders op stal, juist ook bij kenmerken waar je het eerst een effect van inteeltdepressie mag verwachten, zoals vruchtbaarheid. Zo is tussen 2008 en 2015 de tussenkalftijd door inteeltdepressie met 0,07 dagen toegenomen, maar door genetische vooruitgang met 6,7 dagen afgenomen. We zullen merkerfokwaarden dus blijven gebruiken, juist ook om interessante dieren met een andere bloedvoering te selecteren. Zo hebben we Delta Topgear, met een beperkte verwantschap, intensief als stiervader gebruikt en kunnen we daardoor een aantal zonen (Lustrum, Nobel, Jacobus en Frontline) beschikbaar stellen.’

Wat doet CRV om de toename van inteelt in het fokprogramma te beperken?

‘Bloedspreiding is in het fokprogramma een belangrijk aandachtspunt. We accepteren een wat lager genetisch niveau voor stieren en donoren met een beperkte verwantschap aan de Vlaams-Nederlandse koeienpopulatie. En de actuele stiervaderlijst is langer en gevarieerder dan ooit. We hebben aan deze lijst naast eigen outcross toppers bewust ook meer stieren uit Denemarken, Frankrijk en de Verenigde Staten toegevoegd.’

Zijn de uitkomsten van dit onderzoek aanleiding om aanpassingen te doen?

‘In samenwerking met Wageningse wetenschappers blijven we werken aan verbeteringen in ons fokprogramma. Zo zijn we gaan werken met een nieuwe methode om de verwantschapsgraad van dieren te berekenen. Tot voor kort keken we alleen naar afstamming, nu kijken we ook naar verwantschap op het niveau van de genen, de zogenaamde genomische verwantschap. De genomische verwantschap van dieren met dezelfde afstamming kan behoorlijk verschillend zijn. Door hier rekening mee te houden kunnen we inteelt nog beter bewaken. Op termijn gaan we ook werken met genomische verwantschap in de paringsprogramma’s SAP en StierWijzer. Het onderzoek draagt dus bij aan een betere beheersing van inteelt, zowel in het fokprogramma als in de praktijk.’

 

 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.